BLOG | Met het oog op... de boterham van meneer B.

Mijnheer B. is dementerend en woont op een pg-afdeling in één van onze huizen. Voordat hij bij ons kwam wonen, was hij al tientallen jaren overtuigd vegetariër. Bij de inhuizing is afgesproken dat hij zijn vegetarische eetpatroon gewoon zou voortzetten. Alle medewerkers zijn daarvan op de hoogte.

De echtgenote van mijnheer B. neemt af en toe een potje Tartex mee, want dat vindt mijnheer B. heerlijk op brood. (Tartex is een soort smeerworst, maar dan vegetarisch.) Wanneer de Tartex op is, smeert één van de medewerkers wel eens gewone smeerworst op het brood van mijnheer B. “Want,” zegt ze, “hij vindt het zo lekker! Kijk hem smullen. En hij weet het toch niet meer. Wat niet weet, wat niet deert.”

Later, op de personeelspost - buiten het gehoor van de bewoners – ontspint zich een discussie tussen bovengenoemde medewerker en een collega. De collega zegt dat ze het eigenlijk niet goed vindt, wanneer mijnheer B. smeerworst op zijn brood krijgt: “Probeer je eens voor te stellen, dat je later zelf in een verpleeghuis woont en daar iets te eten krijgt wat je nú niet eet, vanwege je geloof of je principes. Hoe zou je dat vinden?”

De betreffende medewerker die de smeerworst op het brood van mijnheer B. heeft gedaan, is zelf moslima en eet om die reden geen varkensvlees. Wanneer zij zich voorstelt dat iemand haar ooit brood met smeerworst geeft wanneer zij het zelf niet meer weet, realiseert zij zich dat zij dat vreselijk zou vinden.

Een mooi voorbeeld van alledaagse ethiek. De waarde die hier in het geding is, is het bewaren van je eigen identiteit. De persoon die je was voordat je bij ons kwam wonen, die persoon ben je nog steeds. Alleen heb je nu wat meer hulp nodig dan vroeger, om jezelf te kunnen zijn.

Img 1239